De bouwput als echoput


artikel gepubliceerd op Vers Beton op 6 april 2021
foto’s: Frank Hanswijk, Stadsarchief Rotterdam


Als ik vroeger met mijn vader in Rotterdam kwam dan reden we vaak even over de Boompjes en wees hij me het kantoorgebouw waar hij in de jaren ’80 gewerkt had. Ik vond het een fraai gebouw dat veel luchtiger oogde dan het kolossale witte Nedlloyd-gebouw ernaast (de Willemswerf).

Door intredende dementie is het werkend leven van mijn vader in het kantoorpand aan de Boompjes inmiddels een hersenschim geworden. Nu het gebouw recentelijk is gesloopt, is het eigenlijk dubbel verloren gegaan. Op dezelfde plek verrees de Terraced Tower: een 100 meter hoge woontoren ontworpen door het Amsterdamse architectenbureau Oever Zaaijer in opdracht van Provast en investeerder First Sponsor Singapore.

Inmiddels ben ik beter ingevoerd in de architectuurgeschiedenis van Rotterdam en weet ik dat het gesloopte kantoorpand aan de Boompjes, nummer 55, best bijzonder was. Het werd in 1965 ontworpen door Herman D. Bakker (1915 – 1988), een Rotterdamse architect die een imposante hoeveelheid gebouwen realiseerde tijdens de wederopbouw van de stad. Het gebouw was onderdeel van een stedenbouwkundige operatie waarbij in de jaren ‘50 en ‘60 aan de Boompjes een muur van lange en relatief lage kantoorgebouwen verrees, zogenoemde slabs.




Reïncarnatie


In tegenstelling tot de buurpanden was het kantoorgebouw van Bakker extreem minimalistisch. Het bestond uit nauwelijks meer dan een stapeling van betonnen vloeren, gedragen door kolommen. Aan de vloerbanden waren stalen roosterschermen bevestigd die dienden als zonwering. Verdiepingshoge glaspuien, een unicum in die tijd, zorgden voor een intense zichtrelatie tussen de kantoorruimtes en de omgeving. Architect Kees Kaan die lange tijd kantoor hield in het gebouw, omschreef het eens in een interview: “Alles wat buiten gebeurde was ook direct binnen merkbaar: als het mistte zat je als het ware in de wolken.”

Een paar maanden geleden was de Terraced Tower ineens in volle glorie zichtbaar in het stadsbeeld. Ik was op slag geïntrigeerd door de toren, die door zijn stapeling overstekende vloeren een sterke verwantschap vertoont met het gebouw van Bakker. Ook herkende ik de contour van het oude kantoorgebouw in de onderste laag van de woontoren. Is hier sprake van architectonische reïncarnatie? Ik ontdekte dat een interessante wisselwerking tussen bestemmingsplan, gemeentelijke visie en een bevlogen architect ervoor heeft gezorgd dat de architectonische kwaliteit van het gebouw van Bakker op het nieuwe gebouw is overgesprongen en daarmee voor Rotterdam behouden blijft.




Dubbelbestemming


Bakkers gebouw is gesloopt, maar het genoot wel degelijk een vorm van bescherming: in 2014 was het door de gemeente, omwille van zijn cultuurhistorische betekenis, aangemerkt als een beeldbepalend pand. Dit maakt dat er altijd van het bestaande uitgegaan dient te worden bij nieuwe ontwikkelingen. Tenzij … er voldoende kan worden aangetoond dat behoud niet mogelijk is. Dan is sloop bespreekbaar. Dat werd hier op de proef gesteld, want hetzelfde bestemmingsplan dat het gebouw waardeerde om zijn beeldbepalende karakter, maakte tegelijkertijd ook hoogbouw mogelijk op die plek. Een nieuwe toren erbovenop zetten, zou een technische uitdaging zijn.

Navraag bij architect John Bosch van Oever Zaaijer leert dan ook dat de argumenten voor sloop voor een groot deel van technische aard waren. Zo zouden de benodigde nieuwe trappenhuizen en liften weinig heel laten van de ruimtelijke structuur van het oude gebouw en de – voor een woontoren benodigde – parkeergarage was eigenlijk niet in te passen.

Daarbovenop was dat Bakkers gebouw lang en op straatniveau zeer gesloten, wat een goede verbinding tussen de Boompjes aan de voorzijde en de Hertenkade aan de achterzijde letterlijk in de weg stond. Meer doorzicht en verbindingen tussen de twee zijden van de locatie zouden ook te grote ingrepen in het oude gebouw vergen. Zo zwichtten de kwaliteiten van het oude kantoorgebouw onder druk van de aanpassingen die nodig zouden zijn voor de nieuwe toren.




De Rotterdamse laag


Bakkers gebouw moest dus wijken, zodat de Terraced Tower een nieuw tijdperk van Rotterdamse hoogbouw kon inluiden. Om de ontwikkeling van nieuwe torens in goede banen te leiden is door de gemeente in oktober 2019 een Hoogbouwvisie gepubliceerd met kaders voor nieuwe hoogbouwontwikkeling in de stad. Het behouden van Rotterdamse eigenheid is daarbij een expliciet doel. Vanaf straatniveau moet je, volgens de visie, altijd kunnen zien dat je in Rotterdam bent en niet in een willekeurige andere stad.

Zo moeten nieuwe torens in Rotterdam een ‘plint’ hebben die op straatniveau goed aansluit op het bestaande stadsweefsel. En aan diverse commerciële en maatschappelijke functies een plek biedt en transparant is. Dit onderste deel van grofweg 15 tot 25 meter hoog wordt ‘de Rotterdamse laag’ genoemd. De nieuwe hoogbouw moet op deze laag komen en mag niet meer dan 50 procent van het oppervlakte van de Rotterdamse laag innemen. Zo ontstaat er een duidelijk onderscheid tussen het onderstel en de toren.

Ondanks het feit dat de visie nog niet van kracht was tijdens de ontwerpfase van de Terraced Tower was rekening houden met de regels van de hoogbouwvisie in het ontwerp volgens architect Bosch een wens van de gemeente, bij wijze van testcase. Zo keerde het volume van oude kantoorgebouw in het nieuwe ontwerp toch terug, als Rotterdamse laag, met erbovenop een smallere toren.




The sixties


Maar niet alleen dat keerde terug. Architect Bosch was zo geïnspireerd door Bakkers gebouw dat hij de eigenschappen ervan geïntegreerd heeft in het ontwerp van het gehele gebouw.

Hij waardeerde het optimistische karakter van het gebouw uit de jaren ‘60, dat zo sterk van binnen naar buiten was ontworpen en helemaal in het teken stond van het verbinden van het interieur aan de omgeving. Die kwaliteit vertaalde hij naar het ontwerp voor de woontoren, die qua architectuur ook beperkt blijft tot de kenmerkende stapeling van vloeren met glazen puien ertussen.



Bosch ontwikkelde die kwaliteiten ook door. Waar het oude kantoorgebouw geen buitenruimtes had, steken de vloeren van de nieuwe woontoren uit, zodat ze rondom het gebouw als terras kunnen dienen. Zo wordt het straks mogelijk om vanuit elke kamer van de appartementen naar buiten te stappen en buitenom te lopen, een ongekend royale hoeveelheid buitenruimte.

De glazen balustrades zorgen dat het zicht naar de omgeving maximaal is, terwijl de vloerbanden het beeld van het gebouw bepalen. Wel maakte Bosch het geheel wat minder streng door de vloerbanden per verdieping steeds iets te laten verspringen. Het hout tegen de onderzijde van de terrassen geeft het gebouw ook een zachtere uitstraling dan zijn voorganger.

In de plint, de onderste deel van het bouwwerk, zit een grote verandering. Waar het oude gebouw de achterliggende Hertenkade nog de rug toekeerde, ontwierp Bosch een transparante plint waar je van voor naar achter doorheen kunt kijken. Het toevoegen van winkels en horeca zal de Hertenkade hopelijk weer tot een levendige plek maken. De uitstekende terrassen van de toren hebben hiervoor een dubbele functie: ze verminderen de valwinden die hoge gebouwen van nature veroorzaken, zodat je rondom het gebouw ook aangenaam moet kunnen verblijven.


Een gezond geheugen


De welstandscommissie was direct overtuigd van het voorstel van Bosch, maar realiseerde zich ook dat de beschermde status van het gebouw van Bakker toch niet leidde tot behoud van het beeldbepalende pand. Het doet dus twijfelen over het effect van de dubbelbestemming. Toch zie ik in dit geval een positief effect.

Laat het duidelijk zijn: ik ben in principe geen voorstander ben van het slopen van gebouwen. Niet vanuit het sentiment dat gebouwen heilig zijn, maar vanuit het optimisme dat je gebouwen door transformatie kunt doorontwikkelen. Het vraagt om goede ontwikkelaars en architecten die oprecht geïnteresseerd willen kijken naar het bestaande, om er vervolgens een draai aan te geven. Verbetering moet daarbij altijd het uitgangspunt zijn. Zo ontwikkelt zich volgens mij een gezonde stad waar het verleden niet wordt uitgewist, maar juist de basis vormt om op door te bouwen.

De Terraced Tower neemt hierin een nieuwe positie in. Het project draagt weliswaar bij aan de ‘wederafbraak’ van de fysieke erfenis van bijna vergeten grootheden als Herman D. Bakker, maar het laat het kantoorgebouw in geestelijke zin wel voortleven. Het is transformatie in de breedste zin van het woord.

Het beschermen van beeldbepalende panden en het introduceren van de Rotterdamse laag hebben dit in de hand gewerkt. Dit maakt dat er door een transformatie-bril en niet door een behoud-bril naar gebouwen en omgevingen gekeken kan worden, en geeft de optie om architectonische kwaliteiten dóór te ontwikkelen en een stedenbouwkundige verbetering teweeg te brengen.

Met de Rotterdamse Laag (hoewel de definitie nog niet helemaal is uitgewerkt in de Hoogbouwvisie) stelt de gemeente het stedelijk weefsel als belangrijke voorwaarde voor nieuwe hoogbouw en koppelt dit aan de identiteit van Rotterdam. De stad moet dus op straatniveau Rotterdams blijven, terwijl de nieuwe torens met die identiteit kennelijk minder van doen hebben. Dat is volgens mij een gefabriceerd onderscheid dat een oppervlakkig contrast in de hand werkt. In de Terraced Tower is het onderscheid tussen de Rotterdamse laag en opbouw niet wezenlijk, terwijl het project wel de gewenste kwaliteiten levert en een gebouwde hommage aan het werk van Rotterdammer Bakker is.

Het kantoorgebouw, dat voor zijn tijd vooropliep door zijn transparante opzet, heeft met de Terraced Tower een waardige opvolger gekregen. Het voortbouwen op de architectuur van Bakker leidde tot een woongebouw met ongekend royale buitenruimtes die beeldbepalend zijn. Daarmee toont het project een alternatief voor torens die door strikte rekenmodellen bestaan uit zo glad mogelijke gevels en aangehangen balkons.

In het Vers Beton-artikel over Little C vroeg auteur Tim Peeters zich af waarom een Rotterdamse architect in zijn eigen stad woningen ontwerpt met een geïmiteerde historie van een havenstad op een ander continent. In het geval van de Terraced Tower werd de architect van buiten Rotterdam gehaald, maar de identiteit van het project juist niet. Die lag gewoon hier voor het oprapen, besloten in een afgeschreven Rotterdams gebouw, waar zowaar een hele toren uit kon groeien.

Het toont aan dat de stad een rijke voedingsbodem vormt voor onderscheidende gebouwen, die voortbouwen op wat er al was en daarmee van nature Rotterdams zijn. Het maakte hier van de bouwput een echoput, waaruit de resonantie van het verleden de grondtoon vormt voor de toekomstmuziek.


https://versbeton.nl/2021/04/terraced-tower-reincarnatie-van-een-afgeschreven-rotterdams-kantoorgebouw/