Marconitorens hebben eindelijk de openheid herwonnen

artikel gepubliceerd op Vers Beton op 1 november 2019
foto’s: Ossip van Duivenbode
tekening: Tijdschrift Cement, 1974


Een van mijn hardlooprondjes door de buurt voert mij op een mooie nazomeravond over de oude spoordijk aan de rand van Spangen richting het Marconiplein. Na 500 meter verwijdt het dichte groen zich en doemen plots de drie Europoint-torens aan het Marconiplein op. Het is een bijzonder gezicht: de abstracte torens lijken vanaf mijn paadje even in een weelderig groen landschap te staan. En er is nog iets dat mijn aandacht trekt: er staan vensters open. Ik zie gordijnen, hanglampen en zelfs mensen binnen.
Het moment zet me aan het denken. Ze zijn best fraai, die strakke torens in het groen. En volgens mij is dit de eerste keer dat ik ze zie als een verzameling interieurs in plaats van als ongenaakbare volumes die opdoemen in het stadsbeeld. Dan doorbreken de verkeersstromen van het Marconiplein mijn dromerige moment en loop ik terug de realiteit in.


Frans balkon


De open ramen zijn het resultaat van de transformatie van twee van de drie torens, die in de jaren ‘70 van de vorige eeuw ontworpen werden door het befaamde Amerikaanse bureau Skidmore Owings & Merrill (SOM). De kantoorkolossen zijn nu gevuld met 840(!) appartementen naar ontwerp van Diederendirrix. De ruim 90 meter hoge torens dragen nu de trotse naam Lee Towers, naar ‘onze’ legendarische zanger met zijn gouden microfoon. En (misschien) indirect ook wel naar de jonge Eindhovense projectontwikkelaar Lee Foolen, die als een van de weinigen wel brood zag in de leegstaande gebouwen.
Wie dichterbij gaat kijken ziet dat er tussen de twee torens een nieuw entreepaviljoen is verrezen. Brede natuurstenen trappartijen leiden naar een – op modernistische leest geschoeide – hal met zwarte stalen kolommen en dakplaat. Een hoge glazen pui maakt een doorzicht en -loop tussen de voor- en achterzijde. De open hal ontsluit onder meer een hip café en leidt naar de liften. Rommelig geparkeerde fietsen en briefjes voor pakketbezorgers, verraden dat de kantoorklerken van weleer hebben plaatsgemaakt voor internationale studenten en jonge professionals. Zij wonen nu voor maximaal 1 jaar in appartementen achter die nieuwe ramen.
De ramen zijn overigens bijzonder: de bovenste helft van het nieuwe venster is in zijn geheel naar beneden te schuiven, waardoor het grote raam werkt als een Frans balkon. Zo maximaliseert het de mogelijkheid om buitenlucht binnen te halen. Met een steeds wisselend patroon van open ramen is het gevelbeeld veel dynamischer dan voorheen.
Terug in de hal vermelden stalen nummers op de natuurstenen wanden de grote reeks huisnummers. Tussen deze cijferzee vallen de woorden roof terrace op. Door de lift te nemen naar de 22e verdieping en daar over te stappen op een nieuwe lift, kan het dakterras bereikt worden. Temidden van planten en zithoeken ontvouwt zich een indrukwekkend panorama over de havens en stad. Niet eerder was deze locatie zo open en beleefbaar en was het uitzicht vanaf het dak publiek toegankelijk.


Tochtgat


De gebouwtransformatie luidt de verandering in voor het hele aangrenzende gebied Merwe Vierhavens Rotterdam (M4H). Op 27 juni werd hiervoor door de gemeenteraad een ‘Ruimtelijk raamwerk’ vastgesteld. Het Marconiplein krijgt daarin een voorname taak als entree naar het gebied en ‘brandpunt van M4H’.
Om de huidige verkeerskundige knoop te ontwarren worden de Schiedamseweg en Vierhavenstraat in deze plannen gecombineerd tot één weg. Dat zou al heel wat schelen. Het Marconiplein is immers in ieders beleving een tochtgat met voorbijrazende trams en auto’s, omringd door gebouwen die een afketsende werking hebben, als bumpers in een flipperkast. Bij het Marconiplein valt de stad uit elkaar.


Tien hectare verwoest


Dat dit niet altijd zo geweest is tonen vooroorlogse foto’s waarop het verkeersknooppunt nog helder geflankeerd wordt door samenhangende bebouwing: woongebouwen aan het uiteinde van de Mathenesserweg en fabrieken aan de zijde van het havengebied. Beide zijden werkten als communicerende vaten. De arbeiders van het havengebied woonden immers grotendeels in de aangrenzende woonwijken. Ze kwamen te voet of op de fiets via het Marconiplein naar hun werk. Tot 31 maart 1943. Op deze dag werd het Marconiplein, en vooral de aangrenzende woonwijken, per ongeluk gebombardeerd door Amerikaanse bommenwerpers. Tien hectare bebouwd gebied werd verwoest en 13.000 mensen raakten dakloos.
Voor de wederopbouw van het woongebied koos Rotterdam een andere invulling. In plaats van samenhangende stadsblokken werden er flats gebouwd, met eromheen veel open ruimte. Aan de havenzijde verrees in 1965 het moderne hoofdkantoor van de firma Overbeek & Co, op een kavel waar voorheen fabrieksgebouwen stonden. En in 1975 volgden de (uiteindelijk) drie Europoint-torens.
Het ontwerp van SOM ging uit van drie abstracte torens die op straatniveau verbonden werden door een open plaza dat de entrees van de drie torens ontsloot. Zowel de torens als het plaza werden volledig bekleed met wit travertin. De Zwitserse architectuurcriticus Stanislaus von Moos zei daarover in 1979 dat het ensemble ‘weliswaar helder van opzet en mooi gedetailleerd was, maar totaal niet op zijn plek leek temidden van havens en het Marconiplein’. Door hun abstractie sloten de torens volgens Von Moos op geen enkele wijze aan op de stedenbouwkundige setting.



Het grote geld


Hoe kwam zo’n vreemde eend in de bijt daar terecht? Het project was een symptoom van gemeentelijk beleid om het centrum te ontlasten. En het loslaten van stedenbouwkundige voorschriften ten faveure van het internationale grote geld, dat in de jaren ‘60 en begin jaren ‘70 lustig op zoek was naar vastgoedinvesteringen. De locatie was eigendom van de firma Overbeek & Co die graag meer kantoorgebouwen wilde ontwikkelen. Maar tegen de tijd dat de eerste twee torens werden opgeleverd, stond de economie er minder goed voor. De kantoorruimtes waren onverhuurbaar.
In 1976 nam de gemeente zelf dan maar haar intrek in de torens. Architecten van gemeentewerken voegden nog een volumineus entreepaviljoen toe, met ingang aan de Galvanistraat. De oorspronkelijke open opzet van het plaza ging verloren en het complex keerde het Marconiplein expliciet de rug toe.
Door de nabijheid van openbaar vervoer, een parkeergarage voor 800 auto’s en een drive through fastfoodrestaurant konden alle werknemers er komen zonder buiten te hoeven verblijven, als een snelweglocatie. Zo hebben de torens als kantoorruimte ruim 40 jaar prima gefunctioneerd. Maar voor de omgeving was het een ramp.
De gebouwen fungeerden als placeholders; generieke invullingen die ergens worden geplaatst in afwachting van een latere specifiekere invulling. In hun comateuze staat hebben de gebouwen al die tijd een afstotende werking gehad, wat desastreus heeft gewerkt voor de beleving van het Marconiplein.
De transformatie laat zien dat de uitgangssituatie waar Diederendirrix mee aan de slag is gegaan, nooit recht heeft gedaan aan de intrinsieke kwaliteiten van het ensemble van SOM. Het beeld van de torens en hun omgeving werd direct vertroebeld door het toevoegen het rampzalige entreepaviljoen. Door het terugbrengen van het plaza, deels overdekt met een transparante hal, heeft Diederendirrix succesvol de oorspronkelijke openheid hersteld. Het vervangen van de ramen door te openen exemplaren en het toegankelijk maken van het dak draagt daar nog extra aan bij.
De abstractie waar van Von Moos over schreef is niet meer. De herwonnen openheid maakt de ontwikkeling van het Marconiplein ineens iets dat binnen handbereik lijkt. Ik kan me nu voorstellen dat mijn hardlooproute – over de groene zoom van de Spaanse bocht – via het plein wordt doorgetrokken naar het Dakpark. En dat de hoeveelheid wegen wordt geminimaliseerd, zodat je zo kunt oversteken naar de Lee Towers die dan daadwerkelijk in een groen landschap staan. Je wandelt de Merwe Vierhavens binnen. Zo spelen de torens na 45 jaar de slechterik te zijn geweest ineens de held in de ontwikkeling van het hele gebied.

https://versbeton.nl/2019/11/marconitorens-hebben-eindelijk-de-openheid-herwonnen/