Vernieuwing in de zorg door ruimtelijk ontwerp

interview met OSAR
gepubliceerd in Architectenweb themanummer zorg, januari 2016


In de zorg in Vlaanderen is werk aan de winkel. Met name in de woonzorg voor ouderen moet veel gebouwd worden. Tegelijk dient de zorg te vernieuwen om zich opnieuw te verbinden aan de maatschappij en om betaalbaar te blijven. Architectenbureau Osar gelooft erin dat ruimtelijke kwaliteit hierbij een doorslaggevende rol speelt. Daarbij neemt het bureau een grote verantwoordelijkheid door doelbewust nieuwe gebouwtypologieën te ontwikkelen en die zelfs eigenhandig in de markt te zetten.

Architecten Hilde Vermolen en Els Kuypers, partners van het Belgische architectenbureau Osar, staan ervoor: architectuur maakt het verschil bij de zorgopgaves. Immers, de investering in een nieuw zorggebouw is maar een fractie van de kosten van de exploitatie en de organisatie over de levensduur van het gebouw. Investeringen in de kwaliteit van het gebouw hebben daarom een groot effect op de kosten voor exploitatie ervan en de zorgorganisatie. Vermolen: “Zo kan bijvoorbeeld de positieve ervaring van ruimtes leiden tot minder medicijngebruik en een ruimte die meewerkt aan de zelfstandigheid van een patiënt bespaart kosten aan zorgpersoneel.” Vanuit deze overtuiging benadert Osar alle opgaven waaraan het werkt.
In 2009 richtte Hilde Vermolen samen met Michiel Verhaegen en Daniël van Doorslaer de Open studio voor architectuur, kortweg Osar, op. Het bureau is een voortzetting van het gerenommeerde bureau FDA architecten. Het oude bureau was een grote en degelijke speler in de zorgsector: dienstbaar en zonder kritische houding werden vele zorgprojecten gerealiseerd. De partners wilden af van deze reputatie. Met de naamswijziging werd in feite een totaal nieuw bureau geschapen dat in alles anders wilde zijn dan zijn voorganger. Alles behalve het werkveld, want de zorg bleef de focus van Osar, omdat de partners hierin voor Vlaanderen grote opgaven voorzagen.
Voorbeelden hiervan zijn de opgave van ouderenhuisvesting door de toenemende vergrijzing, de ontwikkeling van grote ziekenhuizen door fusies en het verankeren van zorg in stedenbouwkundige planning. Daar komt bij dat de Vlaamse overheid beleidsmatig streeft naar de maatschappelijke verankering van de zorg, waarbij de integratie van zorg in de stedelijke omgeving een speerpunt is. Vermolen: “De inhoudelijke specialisatie van ons bureau is een bewuste keuze geweest, omdat de zorg grote uitdagingen kent. De opgaves zijn zeer complex en hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hierin zien wij een onderscheidende rol voor architectuur. Met ons bureau willen we een partner zijn van overheden en projecten realiseren die een voorbeeldfunctie hebben.”


Nieuwe opdrachtgevers

Een inhoudelijke koerswijziging vraagt om nieuwe opdrachtgevers. Die waren er volop in België, waar de ontwikkelingen iets achterlopen ten opzichte bijvoorbeeld Scandinavië en Nederland. Er is in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland dringende behoefte aan nieuwe gebouwen. Kuypers: “De interesse in mooie zorggebouwen was al toegenomen bij opdrachtgevers, maar als je vernieuwende concepten voorstelt moet je de opdrachtgever ervan overtuigen om met zijn organisatie op een andere manier te gaan werken. Vaak is er voor zo'n discussie geen plaats en wordt het oude zorg in een nieuw jasje.”
Om werkelijk vernieuwende concepten te realiseren besloot Osar de Open Oproep van de Vlaamse Bouwmeester aan te grijpen. Belangrijke aspecten van de Open Oproep zijn de goed doordachte projectdefinities en de dialoog die mogelijk is met de opdrachtgevers in de selectiefase.
Osar koos meerdere zorgprojecten uit om de pijlen op te richten. Op basis van een goede motivatie werd het bureau prompt voor vier projecten geselecteerd. Het betrof drie woonzorgcentra en een gesloten jeugdinstelling. Alle vier werden gewonnen, waarmee Osar de basis legde voor de zelfverkozen toekomst.


Een thuis maken

Dat het merendeel van de nieuwe opdrachten woonzorgcentra betrof is geen toeval. De opgave in die sector is door de vergrijzing van de bevolking en de veroudering van oude rusthuizen groot. Nu wordt de stap gemaakt naar meer kleinschalige woonzorggebouwen, die in het stedelijk weefsel worden ingepast en waar de nadruk volgens Osar dient te liggen op het wonen en niet op de zorg.
In het project Menos in Genk is een woonomgeving voor personen met dementie ontworpen die oprecht een thuis voor deze bewoners genoemd mag worden. Samen met het Kenniscentrum Dementie Vlaanderen is de ruimtelijke ervaring van dementerenden onderzocht en daarmee is een nieuwe ruimtelijke opzet ontworpen. Eerste uitgangspunt was het minimaliseren van de logistieke ruimte voor de zorgorganisatie ten gunste van kwalitatieve ruimtes voor de bewoner. In plaats van kamers aan een lange, desoriënterende gang te leggen, komen steeds acht private kamers uit op een serie geschakelde collectieve ruimtes met elk een specifieke huiselijke functie. Zo kunnen de bewoners van plek naar plek bewegen, waarbij elke ruimte een bestemming is. Ten tweede betreft de ruimtelijke afwikkeling geen oneindige rondgang, maar zijn er meerdere eindpunten, die bijvoorbeeld zicht bieden naar buiten.
Deze overtuigende opzet kreeg als eerste vraag van de zorgorganisatie hoe ze daarin met hun verdeelkarren konden rijden, waarop Osar antwoordde dat er dan maar zo weinig mogelijk karren meer gebruikt moesten worden. Met zo'n antwoord kan de opdrachtgever beginnen mee te denken of afhaken. Kuypers: “Het geeft aan hoe moeilijk het is om nieuwe ruimtelijke concepten erdoor te krijgen.” Inmiddels is de eerste fase van het project gerealiseerd. In twee gebouwen is plek voor 32 bewoners, die in groepen van acht samenwonen. De zorgorganisatie is enthousiast en de bewoners hebben een waardig thuis. Momenteel wordt het project volgens hetzelfde concept uitgebreid.


Perspectief bieden

In andere sectoren van de zorg is er haast geen ontkomen aan het institutionele karakter ervan. Vooral in de gesloten inrichtingen met een harde scheiding tussen binnen en buiten. Ook in dit domein wist Osar te vernieuwen. Eveneens in Genk werd vorig jaar een Kinderpsychiatrisch Centrum opgeleverd. Het gebouw is een psychiatrisch ziekenhuis met woon- therapie en consultatiueruimtes voor kinderen. De grootschaligheid van het gebouw werd door Osar doorbroken door het clusteren van het programma in vier leefgroepen, die zich oriënteren op cirkelvormige tuinen. De omsloten tuinen, verdiept gelegen aan het omliggende bos, bieden de gelegenheid aan de patiënten om hun energie kwijt te raken. Door inbedding in het landschap konden hekken achterwege blijven. Kuypers: “Zo geeft het gebouw ondanks zijn gesloten regime aan de kinderen een nieuw perspectief. Het gebouw laat door zijn architectuur zien dat de maatschappij gelooft in een goede afloop.”


Ziekenhuizen

Waar in de woonzorgcentra de stap naar kleinschaligheid beleidsmatig is gewenst en de gesloten inrichtingen ermee te verzachten zijn, daar is het werken met deze thema's in een ziekenhuis een enorme uitdaging. In Vlaanderen is in de ziekenhuisopgave juist sprake van schaalvergroting. In de praktijk betekent dit vaak dat meerdere kleine ziekenhuizen fuseren tot een groot ziekenhuis. Aan de basis van zo’n fusie, en dus ook van het bijbehorende nieuwe gebouw, ligt een zogenoemd zorgstrategisch plan. In dit plan worden aan de overheid de toekomstige samenwerking en de netwerken in de omgeving toegelicht. Een dergelijk plan bevat geen stedenbouwkundige of architecturale input.
“In deze plannen wordt de toekomst gestaafd met resultaten uit het verleden. Ze houden onvoldoende rekening met toekomstige ontwikkelingen in de zorg”, vertelt Vermolen. “Daarbij is er een tendens dat elk ziekenhuis alle mogelijke zorg wil aanbieden omwille van zijn concurrentiepositie. Dan krijg je dus een ziekenhuis dat verliezen op de verpleegafdeling moet goedmaken met winsten uit medicijnverkoop.” Vermolen ziet dat hierdoor veel ziekenhuizen te groot worden en vaak al snel financieel aan de grond komen te zitten. Hier ziet Osar nog veel ruimte voor verbetering.
Momenteel wordt bij het bureau hard gewerkt aan een Open Oproep voor een nieuw ziekenhuis in Turnhout. Net als met de eerste projecten krijgt Osar nu via de Vlaamse Bouwmeester kans om in dialoog met de opdrachtgevers te zoeken naar verbeteringen van het ziekenhuismodel.


Voorbeeldproject

Osar heeft zich in zes jaar tijd ontwikkeld tot een vooruitstrevend bureau met een 45-tal medewerkers verdeeld over vestigingen in Antwerpen en Gent. Ondanks dat de visie van het bureau inmiddels door veel opdrachtgevers wordt erkend, belanden nog veel vooruitstrevende plannen in de la.
In 2012 initieerde Osar daarom, samen met een aantal partners uit de zorgsector onder de noemer Astor een eigen zorgproject . Doel: het realiseren van waardige ouderenhuisvesting gecombineerd met zorg. Het project wil breken met de typologie van het rusthuis en wordt ontwikkeld als volwaardige woonomgeving waar ouderen zo lang mogelijk hun zelfstandigheid kunnen behouden en niet in een groep hoeven te wonen. De eventueel benodigde zorg wordt geleverd aan huis. Deze loskoppeling van zorg en gebouw is nog niet eerder in Vlaanderen gerealiseerd.
Bijkomende uitdaging is dat dit project gerealiseerd dient te worden zonder overheidssubsidies. Doorde Vlaamse Bouwmeester en de minister van welzijn, volksgezondheid en gezin Jo Vandeurzen werd het project verkozen als zogenoemd Pilootproject zorg. Dit maakte de beleidsmatige doorontwikkeling van de plannen mogelijk. Voor de financiering van de bouw werden investeerders gevonden. Vermolen: “Osar bewaakt de ruimtelijke kwaliteit voor de uiteindelijke bewoners. Dat is uniek in een project met externe financiers.”
Het definitieve project is gesitueerd in Geel en bestaat uit 190 wooneenheden en collectieve voorzieningen. Het ontwerp wordt binnenkort gepresenteerd aan omwonenden en volgend jaar start de bouw. Met Astor neemt Osar als architectenbureau een enorme verantwoordelijkheid om een voorbeeldproject te realiseren dat aantoont hoe zorgarchitectuur op alle vlakken innovatief kan zijn en daarmee een volwaardig antwoord biedt op de zorgvraag van de toekomst. Het is een veelbelovend initiatief waarbij een maatschappelijk geëngageerd architectenbureau de handschoen heeft opgepakt om de zorg door middel van architectuur echt de toekomst in te loodsen. Goed voorbeeld doet hopelijk goed volgen.